Een spaardoel uitrekenen dat je kunt volhouden
Een goed spaardoel heeft een bedrag, een datum en een haalbare inleg. Begin met de totale aankoopkosten, zodat je niet alleen voor het hoofdproduct spaart en accessoires of vervoer vergeet.
Reken terug vanaf je doel
Fictief voorbeeld: een fiets met slot kost €360. Je hebt €90 apart staan. Er ontbreekt €270. Wil je over negen maanden kopen, dan moet je €270 / 9 = €30 per maand sparen.
Kun je maar €20 missen, dan heb je 13,5 maand nodig. Met hele maandstortingen plan je veertien maanden. Je kunt ook het doelbedrag verlagen. Er is geen reden om een tekort op te vullen met een lening alleen om je oorspronkelijke datum te halen.
Gebruik een eigen invulregel
Doelbedrag − bestaand spaargeld voor dit doel = nog te sparen bedrag.
Nog te sparen bedrag / aantal resterende stortingen = benodigde inleg per storting.
Gebruik uitsluitend spaargeld dat werkelijk voor dit doel beschikbaar is. Geld voor een schoolrekening is geen vrije startbijdrage.
Maak het doel bestand tegen een tegenvaller
Wat gebeurt er als je één maand geen bijbaaninkomen hebt? Bereken ook een scenario met minder stortingen. Zo zie je of de datum flexibel moet zijn of je een goedkoper alternatief nodig hebt.
Reken een onzekere bonus of verkoopopbrengst nog niet mee. Als die later binnenkomt, kun je het doel versnellen.
Houd bij wat verandert
Noteer maandelijks het saldo en controleer af en toe de werkelijke aankoopprijs. Een aanbieding kan tijdelijk zijn; baseer je plan niet op korting die verdwenen kan zijn tegen de tijd dat je koopt.
Een aparte spaarpot helpt om het doelbedrag zichtbaar te houden. Controleer wel of je op tijd bij het geld kunt en of er kosten zijn.
Wil je verschillende doelen naast elkaar plannen? Gebruik het overzicht bij budgetteren.