Een geldplan maken voor verschillende termijnen
Langetermijndenken betekent dat je rekening houdt met uitgaven die pas later komen. Het betekent niet dat je al je geld lang moet vastzetten of nu al moet beleggen. Een plan moet ook ruimte laten voor veranderingen in school, werk en wonen.
Geef ieder doel een eigen deadline
Schrijf per doel het bedrag, de datum en de zekerheid op. Een schoollaptop die in september nodig is, is anders dan een reis die je eventueel kunt uitstellen.
Fictief voorbeeld: je hebt €600. Je verwacht over vier maanden €400 voor een laptop nodig te hebben en wilt €150 bereikbaar houden voor onverwachte kosten. Dan is slechts €50 nog niet aan deze doelen toegewezen. Dat de aankoop nog vier maanden weg is, maakt die €400 niet vrij beschikbaar.
Vergelijk drie manieren van vooruitkijken
| Termijn | Eerste vraag | Praktische handeling |
|---|---|---|
| Deze maand | Welke rekeningen komen eraan? | Zet bedragen apart |
| Dit schooljaar | Welke grotere kosten verwacht ik? | Deel het resterende bedrag door het aantal maanden |
| Later | Welke keuzes wil ik openhouden? | Bouw kennis en een reserve op |
Een doel kan veranderen. Een opleiding dichter bij huis kan reiskosten verlagen; een stage kan juist extra vervoer vereisen.
Plan met je lage inkomen
Heb je wisselende diensten? Baseer vaste toezeggingen op een voorzichtig inkomensbedrag. Extra uren kunnen je doel versnellen, maar horen niet alvast uitgegeven te zijn voordat je ze hebt gewerkt.
Een haalbaar maandbedrag is nuttiger dan een ambitieus percentage dat je iedere maand moet terugboeken.
Controleer het plan op vaste momenten
Bekijk je overzicht bij een nieuw rooster, een verjaardag, de start van het schooljaar en een verandering in vaste kosten. Pas het spaartempo aan, in plaats van te doen alsof de oude begroting nog klopt.
Voor geld dat je wilt beleggen spelen naast tijd ook verliezen en kosten mee. Lees daarvoor beleggingsrisico. Voor het uitrekenen van een spaardoel: spaardoelen stellen.